Probleemgebieden

U kunt zich voor psychologische en gedragsmatige problemen aanmelden. Hierbij kunt u onder andere denken aan de hier onderstaande probleemgebieden:

Problemen in het persoonlijk functioneren
Angst voor emotionele intimiteit, complimenten, kritiek of krenking, perfectionisme, afhankelijkheid, verlatingsangst, snel beïnvloedbaar zijn, overgevoeligheid, te emotioneel reageren, afstandelijkheid, sociale geremdheid, besluiteloosheid, te veel of te weinig controle willen hebben, wantrouwend zijn, innerlijk gevoel van leegte, eenzaamheid, impulsiviteit, driftbuien, geen aansluiting bij anderen kunnen vinden.

Identiteitsprobleem
De onzekerheden kunnen gaan over zaken als: Wie ben ik? Wat vind ik? Wat voel ik? Wat wil ik? Wat zijn mijn keuzen op langer termijn? Welke studie wil ik? Welk beroep wil ik? Welke vrienden wil ik? Welke normen en waarden heb ik? Welke seksuele identiteit heb ik? 

Angstproblemen
Paniekaanvallen, straatvrees, winkelvrees, claustrofobie (fobie voor afgesloten ruimten), hoogtevrees, ziektefobie, dwanggedachten, dwanghandelingen, sociale angst, podiumangst, examenangst, faalangst, overbezorgdheid, specifieke angsten zoals voor spinnen, honden, vogels, vliegen, onweer, bloed, injectie.

Posttraumatische stressstoornis
U heeft ondervonden of u bent getuige geweest van één of meer gebeurtenissen die een feitelijke of dreigende dood of een ernstige verwonding met zich meebracht of die een bedreiging vormde voor  de fysieke integriteit van u of anderen, zoals bij een inbraak, overval, ongeval, fysieke mishandeling, psychisch geweld, seksueel misbruik. Hierdoor zijn ontstaan: 1.herhalende en zich opdringende onaangename herinneringen, dromen, gedragingen, 2. een aanhoudende vermijding van situaties die bij het trauma hoorden of afstomping in de algemene reactiviteit, 3. verhoogde prikkelbaarheid: in– of doorslaapproblemen, geïrriteerdheid, woede-uitbarstingen, concentratieproblemen, overmatige waakzaamheid, schrikreacties.

Depressieve problemen (dysthymie)
Een depressieve stemming, vermindering van interesse of plezier in de dagelijkse activiteiten, moeilijkheden om zich ergens toe te zetten, slechte eetlust of teveel eten, in- of doorslaapprobleem, weinig energie, moeheid, lage eigenwaarde, concentratieproblemen, gevoelens van hopeloosheid.

Eetproblemen
Anorexia (magerzucht), boulimie (vreetbuien), vraatzucht, emotioneel eten, obesitas (overgewicht).

Seksuele problemen
Geen zin in seks, seksuele aversie, verschil in seksuele frequentie of wijze van seks tussen de partners, erectieproblemen, vroegtijdig, verlaat of geen orgasme, pijn bij het vrijen, vaginisme, problemen met de eigen homo- of biseksualiteit, problemen met bijzondere seksuele voorkeuren, problemen met de lichaamsbeleving of lichaamsacceptatie, seksuele problemen door ziekte of handicap, onverwerkt seksueel misbruik, problemen met seksueel grensoverschrijdend gedrag, begeleiding bij transseksualiteit of transgender, obsessie met seks, seksverslaving. 

Slaapproblemen
Problemen met inslapen, doorslapen of nachtmerries.

Psychosomatische problemen
Lichamelijke problemen door sociale of psychische stress, zoals spierspanning, spierslapte, hyperventilatie, hoofdpijn, nekpijn, schouderpijn, borstpijn, maagpijn, buikpijn, onderrugpijn, misselijkheid, darmproblemen, opgeblazen buik, slikproblemen, brok in de keel, stem kwijt.

Rouwreactie
Onverwerkt verlies van een dierbare zoals een ouder, partner, kind, goede vriend of vriendin. Onverwerkt verlies van een rol zoals een ouderrol, partnerrol, beroepsrol. Onverwerkt verlies van een functie, bijvoorbeeld na het krijgen van een fysieke handicap.

Acceptatieprobleem chronische ziekte of handicap
Wanneer men ziek of gehandicapt is geworden, is dat meestal een grote verandering die moeilijk te accepteren kan zijn. Fysieke, beroepsmatige, relationele, seksuele mogelijkheden kunnen zijn beperkt of kunnen verloren zijn gegaan. 

Overspannenheid
Burnout ontstaan door overbelasting: door te hard werken, door conflicten op het werk of in de partnerrelatie, door te veel tegenslagen in het leven.

Problemen op het werk
Problemen met collega’s, de werkgever kunnen ongenoegen en stress geven. Men kan piekerend in een vicieuze cirkel opgesloten blijven zonder een uitweg te vinden. Er kan ook onvrede over het soort werk spelen.

Studieprobleem
Moeite hebben met het plannen van de studietijd, de zelfdiscipline om te studeren, het efficiënt studeren, concentratieproblemen tijdens het leren, vermijden van het leren, het huiswerk of het tentamen.

Partnerrelatieproblemen
Escalerende ruzies, langs elkaar heen leven, missen van lichamelijke en emotionele intimiteit, communicatieproblemen, problemen met de persoonlijke verschillen, sterk uiteenlopende wensen hebben, twijfel of besluiteloosheid om wel of niet te scheiden. 

Gezinsproblemen
Herhaaldelijke conflicten over de huis- en gezinsregels, spanningen en ruzies in het gezin, verwijdering van de gezinsleden, het gezin lijdt onder een probleem van een gezinslid.

Opvoedingsproblemen
Het kind luistert niet, het kind is brutaal, problemen met grenzen stellen van de ouders. 

Levensfaseproblemen
Faseproblemen hebben te maken met het hebben van moeite met veranderingen die in de menselijke levensfaseontwikkeling plaatsvinden. Problemen met voor het eerst naar de kleuterschool, de lagere school, de middelbare school of de hogere school te gaan. Probleem met het ouderlijk huis verlaten. Probleem met het beginnen met een nieuwe baan. Problemen met het huwen, scheiden of pensioneren.

Levensbeschouwelijke en religieuze vragen
Zoeken naar de eigen levensovertuiging of het eigen geloof. Twijfels over het eigen geloof. Problemen door bekering tot een ander geloof. Existentiële vragen zoals: Wat is de zin van het leven? Wat is de zin van mijn leven? 

Besluitvormingsgesprekken
Gesprekken om te komen tot een besluit bij twijfel over bijvoorbeeld zwangerschapsafbreking, relatie-, opleidings-, beroepskeuze of carrièreverandering.